Mijn beste eerdere,
Wij beide hebben nu een leeftijd waarin wij zullen beseffen dat ik jou niet meer bereiken kan, daarvoor is het 20 jaar te laat, maar daarom voor jou 20 jaar te vroeg en misschien slaag jij er wel in.
Schrijf mij dan om te vertellen dat ik niet aan deze brief dien te beginnen.
Zoals gezegd, ik kan jou niet meer benaderen maar desondanks ben ik begonnen aan deze regels. Waarom, als het toch niet lukt?
Kennelijk speelt er een ander belang, dus zend mij een waarschuwing.
Misschien is het al te laat. Iets dat ik zelf in de hand heb leg ik bij jou neer. Jij dient mij te waarschuwen in plaats van dat ik nu zwijg en ik zeg wel dat ik je woorden stuur maar ik weet ook dat je ze niet ontvangen zal. Er is iets anders aan de hand.
Je zal de pen en het kladblok inmiddels al wel gevonden hebben, de eerste regels op het papier hebben gezet om er met enige verbazing naar te kijken.
Je hebt talent vriend. Geen groot of een heel klein beetje, neen, een middelmatig talent om zo af en toe een redelijk gedicht te schrijven.
Je zal een optreden geven, een expositie houden en in een bundel staan, maar laat je niet gek maken.
De gedichten die worden beloond zullen ergens anders naast de boot vallen. Je zal overgeslagen worden en gaan beseffen dat poëzie niet absoluut is, dat het niet enkel aan een gedicht zal liggen of er iets bereikt wordt, dat jury uitslagen vaak gemiddelden zijn en het ontbreekt jou aan talent om unaniem gekozen te worden. Raak niet ontmoedigd. Een uitslag is de smaak van de waarnemer, niet de smaak van het gedicht.
Poëzie zegt niet zoveel. Het is in ieder geval niet lelijk of schoon. Het wordt grof of mooi gevonden terwijl het in zichzelf ligt. Het zal niet weten wat een schouderklop is of een opmerking: 'ga daar mee door', het is er namelijk al.
Jij zal wel merken dat complimenten goed voelen, maar pas op, ze geven geen garantie. Je zal blijven twijfelen, schrijvers blokken blijven krijgen en niets meer weten dan de dag ervoor. De vragen nemen alleen maar toe.
Er is geen antwoord hoe hard het publiek ook zal lachen om poep en pies, welk aanbod je ook krijgt om gedichten uit te geven.
Schrijf niet om daar te komen, maar omdat het komt. Het zoeken zal niet helpen en biedt geen troost, het is afleiding en het geeft geen zekerheid voor een volgend werk.
Ja, ik weet het, mijn hamer blijft op dit onderwerp vallen en misschien is dat fataal. Ik zou niets moeten zeggen, jou niet moeten waarschuwen en alles de gang laten gaan, maar ik schrijf kromme brieven naar onbekende adressen en moet me er mee bemoeien, omdat ik denk...
En toch, zeg eens, nu jij daar in je eentje op je zolderkamer zit, ver weg van iedereen die zich uitleeft in de stad, zou jij het leuk vinden om voor een zaal te gaan staan met honderden mensen? Nou, zeg het eens? Zal dat de troost bieden die je wil, of doet het je vergeten?
Mensen willen voornamelijk getroost worden.
Er zullen ook mensen zijn die er voor zorgen niet getroost te hoeven worden. Die met voorwaarden en regels een wereld proberen te scheppen waar a priori ieder gevaar buiten wordt gehouden.
Mensen die de poëzie niet als doel op zich zien, maar als middel om iets anders te promoten, een stad bijvoorbeeld.
De kunstenaar wordt een ambassadeur die een compromis moet sluiten.
Geloof daar niet in, kunst is belangeloos.
Je gaat het zuur vinden vriend en sommigen zullen je als een spelbreker ervaren. Waar mensen zijn wordt echter politiek bedreven en je zal gaan beseffen dat agenda's bestaan. Accepteer het, er tegen vechten helpt niet.
Want kijk mij dan. Kijk mij een brief schrijven aan jou, alsof het zou helpen. Is dit mijn acceptatie dat je er niet meer bent?
Deze zinnen lijken het ene te verhalen terwijl ze het andere vertellen.
Ik vraag je om mij te waarschuwen deze brief niet te schrijven, maar kennelijk heb ik de keuze al gemaakt, anders had ik de vraag wel aan een ander gesteld. Het lijkt zo tegengesteld, het moet dus om mij gaan hoewel ik zeg dat het om jou gaat.
Ik stel mijzelf voor in een gesprek en dan blijk ik voor een spiegel te staan. De zorg die ik naar je uit voelt voor mijzelf aan als troost.
Langzaam dringt het tot me door dat ik jou niet waarschuwen kan en enkel van je leer. Het is het besef dat er nooit een vraag is gesteld maar dat ik probeer te vertellen wie ik ben, aan jou.
Lang heb ik gedacht dat je er niet meer was, dat we uit elkaar waren gegroeid. In de steden en dorpen waar ik sliep heb ik je gezocht, je was er niet en naarmate de uitnodigingen van andere hotels binnen kwamen om ook daar de nacht door te brengen werd de afstand enkel groter.
Ik dien sorry tegen je zeggen in plaats van de grote broer uit te hangen met wijze raad die enkel over mij spreekt.
Zo zoekend was ik naar je en jij, jij zit gewoon thuis, jij bent nooit weggegaan.
Was jij het ook niet die ooit las dat een mens eerst ontkent eer de troost wordt toegelaten?
Je komende,
André

André Heijnekamp is dichter. Zijn gedichtenbundel ‘Huizen’ is te leen in de bibliotheek. Meer informatie op www.schilfers.nl
Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs, hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.
Geïnspireerd?
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website.