Lieve Gerian,
De foto ligt voor me op mijn bureau. Een foto van de tweede klas middelbare school 1964 in Den Haag.
Je staat er niet op.
Waar ben je? Of beter: waar was je?
Ik zie 17 jongens en meisjes van rond de 14 jaar in kleding die anno nu weer in de winkel hangt. De foto is weliswaar in zwart wit maar met een beetje fantasie zie ik de kleurrijke blokken in de truien en de ruiten in de rokken.
Daar zit je vriendin Brigitte. Ze draagt een paars poezelig zacht truitje. Zie je het voor je? In die tijd was Brigitte een heel interessante naam. Ze zat vooraan in de klas en had het bovenste knoopje van haar truitjes altijd open. Haar tafeltje stond pal tegen de lerarentafel.
Vooral de leraar Frans was dol op haar. Hij ging, wanneer hij in de ‘vertelstand’ kwam, altijd op haar tafeltje zitten.
Hij moet toen een jaar of 50 geweest zijn. Klein, mager en met een veel te grote bril op. Speelde altijd heel onhandig dat hij van het tafeltje afviel. Hierdoor moest Brigitte wel een schikreactie vertonen en dat maakte dat ze onwillekeurig voorover boog en dat haar truitje nog verder open ging.
Maar waar ben jij?
Je zat toch altijd naast Brigitte?
Brigitte buigt zich over naar jouw kant en fluistert: ‘Heb jij je frans geleerd?’
‘Ja natuurlijk, jij weer niet zeker’. Je zoekt een manier van reageren tussen irritatie en bewondering. Brigitte leert bijna nooit wat. Ze gaat liever naar de tennisbaan met haar moeder. Voor jou een plaats die in je opvoeding niet voorkomt want voor jouw ouders een onbetaalbaar oord. Je kijkt op tegen Brigitte. Je vindt het bewonderenswaardig dat zij durft te zeggen dat ze geen huiswerk doet en tegelijk vind je het stom. Ze is vandaag dus weer van jou afhankelijk. Soms voelt het of je voor twee aan het leren bent. Maar je zegt het niet...
Daar is de leraar Frans. Bovendijk heet hij. Hij smijt zijn tas op tafel. Een oude tas, de papieren en de franse lesboeken rollen er uit. Hij roept:’ Olala’,....en raapt ze op.
Dat geeft hem weer zicht op de benen van Brigitte vlak voor hem. Niet op die van jou. Daar heeft hij geen oog voor. Die van Brigitte zijn lang en dragen zachte nylons.
Brigitte lacht hem lief toe. Hij weet dat ze de twee franse pagina’s woordjes uit Petit Receuil niet heeft geleerd. Hij weet dat ze bij jou gaat afkijken.. Alle drie weten jullie dat ze weer een voldoende zal halen. En niet eerlijk gehaalde voldoende....
De foto puzzelt me....hoe zat het ook alweer?
Helemaal achteraan op de foto in de achterste rij staat Wilma. Je haat Wilma.
‘Een 10 en ik had niet anders verwacht.’ De leraar Duits zegt het bijna triomfantelijk. Hij is trots op een ‘Wilma’ in zijn klas. Hij geeft het blaadje met de door hem nagekeken Duitse woordjes terug aan Wilma die rood aanloopt. Brigitte en jij kijken elkaar aan: ‘Zij weer,’, zeggen jullie ogen tegen elkaar. Jullie halen nooit een 10 voor Duits. O ja, jij haaltl wel eens een 7 of een 7,5. Brigitte komt niet verder dan zesjes. Net goed. Bij Duits zorg je er wel voor dat ze niet af kan kijken. De leraar Duits heeft geen belangstelling voor Brigitte.
In de pauze loopt Wilma alleen. Brigitte loopt naar haar toe en jij gaat natuurlijk mee.
‘Hoe doe je dat toch?,’ vraagt Brigitte aan Wilma. Haar vraag verraadt bewondering en alleen jij, jij bent immers haar vriendin, hoort die venijnige jaloerse toon op de achtergrond.
‘Nou gewoon leren.’ Wilma wil weglopen maar Brigitte pakt haar arm. ‘Zullen we samen eens huiswerk Duits maken?’ Je houdt je adem in....dat heeft Brigitte nog nooit aan jou gevraagd. Wilma zucht en zegt: ‘Denk je dat ik je wat kan bijleren? Volgens mij ben je gewoon te lui om te leren. Je laat liever in je blouse en naar je benen kijken door Bovendijk. Gatver!’
Je staat aan de grond van het schoolplein genageld en wacht de reactie van Brigitte af. Deze geeft Wilma een trap tegen haar scheenbeen waarop Wilma haar terugtrapt en daarbij haar knie flink raakt. Brigitte barst in snikken uit en rent weg richting schooldeur. Ze hinkt van de pijn.
‘En jij bent bevriend met háár?’ Wilma wijst naar de wegstrompelende Brigitte. ‘Die hoer? Heb je haar wel eens op de tennisbaan bezig gezien? En haar moeder zit achter getrouwde mannen aan.’
Je kan je oren niet geloven. De tennisbaan is een plaats die jij nooit zult betreden. Het was de heilige grond van Brigitte en haar moeder. Je draait je om en loopt terug naar de klas. Daar zit Brigitte te huilen op haar plaats. Je durft haar niet aan te kijken. De hele verdere dag zitten jullie zwijgend naast elkaar. Na school ren je alleen naar huis.
De volgende dag komt de schoolfotograaf.
Naast de schoolfoto ligt een rouwkaart. Toegestuurd door Wilma. Op de reunie 15 jaar geleden hebben jullie adressen uitgewisseld. Toen hoorde je dat Brigitte en Wilma na de middelbare school dikke vriendinnen waren geworden en gebleven.
Brigitte is gestorven. Op de kaart staat een foto van een jeugdig uitziende Brigitte in een paars, poezelig truitje.
Ik weet dat je nadenkt of je naar de crematie zal gaan. Welke herinnering kleurt je besluit?
Die van de vriendschap die er ooit was? Of die van de jaloezie die toch weer de kop opstak vandaag? Wat je ook besluit: ik sta achter je!
Liefs,
Gerian
Gerian Dijkhuizen woont in Amersfoort en schreef het boek 'Zondag rustdag'
Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.
Geïnspireerd?
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website