Aan het kind Guido,
Toen jij geboren was, lieten je ouders een bordje maken. Een geboortebord. Ook je broer en drie zussen kregen zo’n bordje. Vijf kinderen, vijf geboorteborden. Ze hingen in een verticale rij in de woonkamer boven de piano naast het grote Mariabeeld. Op elk bord stond een kleurige afbeelding van een engelbewaarder. Maar het ging natuurlijk om de markant vermelde geboortedatum en de namen. Jullie vader en moeder hielden van aparte namen: Ivo, Guido, Amei, Godelieve, Candida. Als de kinderen met de aparte namen, voor het naar-bed-gaan in pyjama zaten te bidden voor het Mariabeeld of op zaterdagmiddag de piano-oefeningen deden, keek je soms even naar de bordjes. Daar hingen ze dan, in een stille, onveranderlijke rij. Samen, voor altijd verbonden.
Voor altijd? Nee. Toen je achtentwintig jaar was, ging je vader dood en negen jaar later ging je moeder dood. Ook een engelbewaarder heeft wel eens een snipperdag. Het ouderlijk huis moest leeggeruimd worden. Er kwam een verdeelbijeenkomst. Aan het einde van die rouwreünie klom je broer op de piano en tilde hij zwijgend de vijf geboortebordjes behoedzaam van de haakjes. Ronde bleke plekken bleven achter op het oude behang. De kale plekken fluisterden: ‘Dag kinderen, jullie zijn nu volle wezen, neem afscheid van je ouderlijk huis. De geboortebordjes gaan nu uit elkaar, neem alle vijf je eigen bord mee naar huis’.
Jij pakte je eigen bordje van je broer aan en realiseerde je dat dit de eerste keer was dat je dit bord in jouw handen hield. Je wikkelde het in een badhanddoek en het woord ‘voorzichtig’ viel binnen één minuut vier keer. Je stopte het bord in je tas. Alle kamers waren nu leeg en de vloeren werden gedweild; het ouderlijk huis kon verkocht worden. Jij maakte nog een foto van de vijf ronde kale plekken op het behang en reisde per trein met jouw geboortebord van Tilburg naar Amersfoort. In de coupé hield je je tas op schoot en je sloeg je armen eromheen.
Jouw geboortebord ligt inmiddels in je werkkamer in een vitrine. Een losgerukt bord, uit de rij gestapt. Ontheemd en met heimwee naar de oorspronkelijke plek.
Dag jonge ik, dag volle wees,
Guido de Wijs
Guido de Wijs (geb. Tilburg 1947) woont in Amersfoort en is reeds acht jaar columnist. Schreef eerst zes jaar voor de Amersfoortse Courant en het Utrechts Nieuwsblad en sinds 1 september 2005 voor het Algemeen Dagblad/Amersfoortse Courant. Werkt daarnaast als docent (o.a. dramatische vorming) voor de opleiding creatieve therapie van de Hogeschool Utrecht. Van hem zijn meerdere boeken in de bibliotheek te leen. In de Eemland collectie vindt u Leuke stukjes: een selectie uit 10 jaar columns en liedjes.
Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.
Geïnspireerd?
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website