Website laten voorlezen Contact

Aanmelden Nieuwsbrief

Ik ontvang graag het actuele nieuws van bibliotheek eemland via de nieuwsbrief

Mijn naam is:

Mijn e-mailadres is:

Laatste reacties

Home » Actueel » Blog » Brief aan mijn jonge ik: Jack Wheely

Brief aan mijn jonge ik: Jack Wheely

Do 25 maart 2010 09:00 Door: Jack Wheely (pseudoniem)

Mijn beste jonge ik,

Ik zal je vertellen wat je grootvader je ooit eens heeft gezegd. Je zult het wel vergeten zijn. Je grootvader zei altijd dat de keuzes die je maakt op jonge leeftijd belangrijker zijn dan die je later maakt.

Zoals je weet was opa kleermaker. In Den Haag, in kleermakerszit gezeten op zijn werktafel, naaide hij zoals hij dat kon zeggen “ministers en leden van de Staten-Generaal netjes in het pak. Hij zou nooit iets over hun werk zeggen, maar intussen vrat hij zijn Haagse Courant dagelijks bijna op om te weten waar zijn klanten mee bezig waren.

Zo had je destijds Luns, je weet wel. Minister van Buitenlandse Zaken en in de oorlog belast met het onderhouden van contacten voor Prins Bernhard. Beiden mensen die in hun jonge jaren verkeerde keuzes maakten, de een was lid van de NSB en de ander van de SDAP,  de partij van Hitler.

Opa heeft wel eens verteld hoe krampachtig Luns zich vastbeet in “de Nieuw-Guinea-kwestie”.  Heilig overtuigd was hij dat dit land onder bescherming van de VN onafhankelijk zou blijven. Het Nederlandse bedrijfsleven had inmiddels al vele contacten met haar Indonesische evenknie en niet lang nadien bleken de Amerikanen hun plannen door te zetten. Nieuw-Guinea was voor Indonesië.

Zo zie je maar Jack, ook mensen met grote namen maken soms verkeerde keuzes.

Kan je je trouwens nog herinneren dat je grootvader vanuit Den Haag altijd op een oude Jawa-motor  naar jullie toekwam? De compressie was niet in orde en daarom reed dit voertuig nooit harder dan vijfenzeventig kilometertjes per uur. Je vader heeft hem wel eens uitgelegd dat zo’n motor toch honderddertig moet kunnen, maar het ging opa al hard zat.

En dan nu oma. Elk jaar zei ze haar lieve Jakob dat hij op zichzelf moest passen want ze hoorde de lokroep van de Rivièra. Ze was coupeuse. In het zuiden van Frankrijk had ze twee families die haar jaarlijks inviteerden. Tussen oktober en mei ging er twee keer naar toe om de garderobe aan te vullen. Dan nam ze de trein, ik denk een soort Middellandse Zee-expres en ging ze eerst tot Kerstmis naar Nice. Daarna kwam ze terug, vierde kerst en oud-en-nieuw bij Jakob die haar bij terugkomst bijkans daadwerkelijk besprong. Na de jaarwisseling ging ze opnieuw naar de Côte d’Azur, naar het plaatsje Menton om hetzelfde te doen tot eind april. Elk jaar kwam ze eind april op het liefdesnestje en bezwoer ze opa dat dit toch echt de laatste keer was geweest. Een jaar voor zijn overlijden  had opa aan oma bezworen van haar te scheiden als ze hem opnieuw verliet. En inderdaad, hij ondernam alles om het huwelijk te ontbinden, maar bij gebrek aan een “advocaat van  de tegenpartij” schijnt hij oma slechts te hebben geschreven dat ze in april niet meer welkom was. Bij terugkomst stond hij haar al op te wachten voor het huis en sloot haar zo stevig in zijn armen dat hijzelf een rib schijnt te hebben gebroken, zijn huwelijk dus nog net niet.

Na zijn overlijden is oma bij je vader ingetrokken. Toen je vader uiteindelijk de zoveelste liefde van zijn leven vond is hij in Spanje gaan wonen. Oma was zesentachtig en toe aan haar rust en daarom trad ze in, in het bejaardenhuis. Ja, je leest het goed. Je oma ging nooit ergens zomaar wonen en in dit geval vond ze dat ze “was ingetreden”. Ik moet nu aan een paar dingen denken die de moeite van het schrijven waard zijn. Je oma was, net als je grootvader, echt uniek.

Eens, op een goede dag, nam je nichtje die in Den Haag woonde, oma mee.  Ze gingen wandelen in de Scheveningse Bosjes. Daar door de duinen struinend stond oma plotseling stil en zei tegen je nicht: “Laat ik nu nodig moeten plassen!” Je nichtje had de pest in want ze had net eindeloos gezocht en gewacht op een parkeerplek voor haar auto. Ze dacht dat ze zonder wandeling terug zouden moeten, maar oma wist raad. “Welnee, dat is zo gepiept” zei ze en ze zakte subiet op haar hurken. Je nichtje protesteerde: “Maar oma, er is met die lange jurk wel niets te zien maar zo wordt wel je onderbroek hartstikke nat”, waarop oma net zo snel riposteerde: “Welnee kind, daaraan heb ik gedacht”. En terwijl oma rustig haar plasje deed daar midden op het duinpad en je nichtje al dacht hoe dit nu moest, ging oma verder: “Je denkt toch niet dat ik als ik de duinen inga ook nog eens een onderbroek aantrek?” Er was inmiddels een groepje medewandelaars om het duo gaan staan, niet begrijpend wat er precies gebeurde en niet precies verstaand wat er werd gezegd. Onverstoord liet oma haar watertje klateren en daarna stond ze op en liep rustig weg. Aan haar zijde je nicht met een vuurrood hoofd en achter haar de wandelaars die beurtelings naar de zanderige plas en de achterkant van oma’s wippende hoedje keken. Ja oma, dat was een machtig wijf Jack.

Zoals ik je al zei, oma was zesentachtig toen ze in het streng christelijke bejaardenhuis haar intrek had genomen. Ze waren veel te streng voor de bewoners. Waar oma  dacht een kamer te huren stond de directie erop dat de ambulante bewoners, dus zij die nog zelfstandig naar buiten konden, dit tevoren meldden, waarbij naar het doel van ’t uitstapje werd gevraagd. Dit was zo ongeveer het laatste waarop oma zat te wachten.  Steeds probeerde ze ongezien weg te komen.

Evenzovele keren had de hoofdzuster die vlak voor de buitendeur haar kantoortje had haar betrapt. “Waar gaan we naar toe mevrouwtje?”, klonk het dan. Dat toontje jongen, wat had oma daar een hekel aan. Verkeerde keuze van de hoofdzuster Jack, onthoud dat. Op een keer had ze een lumineus idee. Gedurende twee weken heeft dat gewerkt, totdat ze  opnieuw en nu  bij toeval werd gesnapt. “Waar gaan we naar toe, mevrouwtje?”, klonk het toen weer. Oma sodemieterde bijna van de trapleuning waar ze al bijna veertien dagen bijna dagelijks van naar beneden zoefde, zonder haar waardigheid van de zesentachtigjarige dame  te verliezen, dacht ze. Na een gesprekje moest ze beloven zich aan de regels te houden, maar erg hielp dit niet.

Oma werd  ouder en toen ze zesennegentig werd waren haar de tien jaren in Soli Deo Glori nog niet aan te zien. Op een dag werden ze plotseling naar een nieuw gebouwd pand verhuisd.

De directie, noch het verplegend personeel had de bewoners ingelicht over de ophanden zijnde verhuizing. Toen inrichting vanbinnen een beetje duidelijk werd,  kwamen al gauw de problemen  met oma.  Lange gangen met om de twintig meter een knik. Na drie of vier knikken rechts een lift en voorbij de lift weer nieuwe gangen met knikken. Oma kon zich niet goed meer oriënteren en was binnen een paar dagen de kluts kwijt. Ze kwam op bed te liggen en deed geen mond meer open. Je vader kwam uit Spanje omdat we allemaal dachten dat oma, de oude Lena noemden we haar ook wel eens, zou doodgaan. Je vader vertrok weer na een week of drie en nam voor die gelegenheid afscheid, naar hij dacht en later ook werd bewaarheid, voorgoed. Maar o wonder, wat kan de lieve Heer soms goed zijn. De dag na je vaders vertrek was oma afgevoerd naar een psychiatrisch ziekenhuis omdat ze weigerde om nog iets te zeggen, te eten of wat dan ook.  Inmiddels zat ze onder de medicijnen.  

De psychiater besloot als  eerste   de medicijnen te staken en toen kwam het grote wonder aan het licht: oma ging weer praten en eten en kon weer terug. Wat bleek, de kamer van oma was razendsnel vergeven aan een andere dame en oma had het nakijken. Met de hele familie hebben we een rechtzaak aangespannen en natuurlijk ook gewonnen.

De oude kamer bleef van de andere dame en oma werd neergezet in een van de ziekenkamers die ze moest delen met een andere vrouw. Zesennegentig jaar oud had ze geen eigen plekje meer, terwijl  ze vanaf haar twintigste zelfstandig was geweest. Ze vertelde dat ze, nu ze weer beter was, ook wilde gaan voor de honderd jaar. De gelukstelegram van de koningin hebben we als familie inderdaad mogen bewonderen en toen ze net een paar maanden honderdentwee was brak ze haar heup. De volgende dag hoefde ze niet meer. Haar gekrompen lichaam paste in een heel mooi kistje, eigenlijk een kindermaatje.

Ze kreeg een begrafenis, een deftige oude dame zeer waardig.

Jack, lees deze brief eens goed en bedenk dat er vele keuzes van verschillende mensen in zijn beschreven. “Trek je schoenen aan en ga op pad”, zou je opa zeggen. Maak je eigen keuzes met beleid.

Gegroet, je oudere ik.

 

Jack Wheely (pesudoniem) woont in Amersfoort en schreef onder het boek 'Leven van een hoerenjong'

Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het
Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.

Geïnspireerd? 
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website

Reageer

  • *
  • *
  • *

  • Neem de beveiligingscode hierboven over
  • *

Zoek in catalogus