Website laten voorlezen Contact
Welkom in de virtuelevestiging van bibliotheken Eemland edutainment provider

Aanmelden Nieuwsbrief

Ik ontvang graag het actuele nieuws van bibliotheek eemland via de nieuwsbrief

Mijn naam is:

Mijn e-mailadres is:

Laatste reacties

Home » Speciaal voor » Kinderen van 8 tot 12 jaar » Blog » Brief aan mijn jonge ik; Onno Weggemans

Brief aan mijn jonge ik; Onno Weggemans

Zo 16 januari 2011 09:00 Door: Onno Weggemans

Brief aan mijn jonge ik

 

Weet je nog, jonge ik, hoe je op de stoep rondjes stepte om ons huizenblok? Van mamma mocht je de straat niet oversteken, dat was te gevaarlijk.

Bas en René wisten een huisje in de weilanden, daar woonde een kinderlokker. Als hij je te pakken kreeg, sneed hij je in stukjes en propte je tussen een dubbelgevouwen boterham.

Verkleed als indiaan naar de kleuterschool, het gezicht beschilderd met oorlogskleuren, alsof je al aanvoelde in wat voor wereld je terecht zou komen.

Want op een dag stond de verhuiswagen voor de deur.

Bij het nieuwe huis in het vreemde land - had pappa gezegd - was een grasveld met twee bomen, daar kon je mooi een voetbaldoel van maken.

De kinderen reden er op fietsen met dikke spatborden, alsof het gepantserde draken waren die konden vuurspuwen.

Mamma had de wegenkaart op haar schoot. Bas en René speelden ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’ en ‘noem vijf groene voorwerpen die beginnen met de letter ‘g’.’

De verhuiswagen reed als een trouwe hond achter jullie aan. Af en toe, bijvoorbeeld bij een bocht, verdween hij even uit het zicht. Wat als de verhuiswagen de weg kwijt zou raken? Dan waren alle spullen kwijt en was er niets meer om het nieuwe huis mee in te richten.

Het nieuwe huis was een gastvrije mevrouw. Maar waren jullie nog wel welkom, als jullie kaalgeplukt als een kip arriveerden.

Naast het huis - had pappa verteld -  was een houtzagerij, waar zagen brullend hout doormidden sneden.

Als het leven een sprookje was, dan stuurde de mevrouw van het nieuwe huis jullie naar de houtzagerij. Er bleef alleen maar zaagsel over.

De juffrouw van de kleuterschool had het immers zelf voorgelezen: “Stof zeit gij en tot stof zult gij wederkeren.”

De heks had Hans en Grietje opgesloten. Grietje moest haar vingers door de tralies steken, om te kijken of ze al vet genoeg waren.

 “Van mij,” schreeuwde Bas, terwijl hij voorover boog.

Een van de snoepjes die jullie hadden gekregen, was op de grond gevallen.

 “Nietes van mij,” gilde René.

“En nu is het afgelopen.” Pappa draaide zich half om en greep eerst Bas en toen René bij de kraag.

“Ik had niet gedacht dat jullie zo kinderachtig zouden zijn.”

Mamma draaide zich ook om.

“Nog even volhouden, jongens. We zijn er bijna.”

“We zijn er bijna, we zijn er bijna ...”

 

Al die jaren later, jonge ik, staat me nog steeds haarscherp voor de geest hoe jullie luid zingend de nieuwe woonplaats binnenreden. Pappa stopte bij een grasveld. Toeterend kwam ook de hond tot stilstand.

 “Kom, laten we eens kijken hoe ons nieuwe huis er uitziet,” zei mamma.

Je stapte uit de auto. Op dat moment begon een zaag te krijsen.

 

#

 

Het was de hoogste glijbaan van de hele wereld. Je moest een hele steile trap opklimmen en dan kon je heel in de verte Nederland zien liggen.

Tenminste, dat zei Bas. Want jij durfde niet naar boven. Mamma had verteld dat je, als je viel, met het hoofd op de grond bonsde en dan kwamen de engelen je halen. Peter Pan kon vliegen, hij vloog vaak samen met Rinkelbel.

“Was Wessel aan het steppen?” vroeg je, toen Bas weer veilig met twee voeten op de grond stond.

“Ach, stel je toch niet zo aan.”

Bas gaf je een duw.

“Je moet niet de hele tijd omzien. Je moet vooruit kijken. De toekomst ligt voor je.”

Hij leek zelf ook niet precies te snappen wat hij bedoelde. Onder zijn bed lagen tijdschriften die hij eigenlijk niet mocht lezen. Je had pappa en mamma horen zeggen dat hij vroegrijp was.

 

Het schrijven begint nu pijn te doen. De herinnering steekt een mes in het hart.

Oma is op bezoek uit Nederland. Ze heeft fel wit haar, in de vorm van een vlam. Net als de braamstruik uit de bijbel staat haar hoofd in de fik.

Oma heeft het knikkerbord meegenomen en rolt een knikker omhoog. De knikker tikt vrolijk een paar spijkers aan en valt dan beneden in de gleuf.

Teleurgesteld kijk je oma aan.

“Nu jij, jongen.”

Je pakt de knikker en aait hem over de gladde buitenkant. De knikker voelt koud aan, alsof hij niets van je moet hebben.

“Kom op, knikker.”

Oma lijkt net zo zenuwachtig als jij. “Rollen, jongen.”

Nog voor de glazen bol de bocht naar de spijkers moet halen, ziet hij het al niet meer zitten. Hij draait zich om en rent terug naar huis.

“Harder, jongen.”

Je rolt opnieuw, nu zo hard je kan. De knikker haalt dit keer wel de bocht. Oma is opgesprongen.

“Kom op, knikker.”

“Hup. Hup.”

De knikker tikt een paar spijkers aan en blijft dan in de twintig liggen. Oma juicht. Jij klapt in je handen.

 

“Oma is niet lekker. Ze blijft nog even boven.”

Ik schrijf nu maar gewoon door, dan is het achter de rug.

Mamma komt in haar ochtendjas de keuken binnen. Ze lijkt net zo in de war als haar kapsel. In de huiskamer praat pappa door de telefoon.

“Ik ga me aankleden,” zegt mamma. “Bas, zorg jij ervoor dat iedereen wat te eten krijgt.”

Even later verschijnt er een ziekenauto voor het huis. Twee mannen met een brancard klimmen de trap op.

“Hup, naar binnen. Sta daar niet zo te gluren.”

Mamma gooit de keukendeur dicht. Bas zegt dat jullie aan tafel moeten gaan zitten om te bidden.

“Wilt u alstublieft ervoor zorgen dat oma weer beter wordt, Here.”

Er komen voetstappen de trap af. René zegt dat hij hoopt dat ze oma goed hebben vastgebonden, want de trap is smal en maakt een hele scherpe bocht.”

“Alstublieft Here, wij vinden oma heel lief.”

Pappa steekt zijn hoofd om de deur. “Wij gaan met oma naar het ziekenhuis. Jullie moeten nu heel dapper zijn.”

Bas stelt voor om te gaan zingen. Jullie bladeren net zo lang in het liedboek, tot er een lied is gevonden dat jullie allemaal kennen.

“Dank u, voor deze nieuwe morgen. Dank u, voor deze nieuwe dag. Dank u, dat ik met al mijn zorgen bij u komen mag.”

 

Pappa had ongelijk.

De twee bomen staan te ver uit elkaar om een doel van te maken. Je hebt een jas nodig als tweede doelpaal.

Bas neemt een aanloop. Jij staat op goal.

“Scoren!”

“Nietes. Naast.”

Pappa en mamma komen hand in hand vanaf de parkeerplaats aangelopen. Mamma heeft rode ogen van het huilen.

“Jullie hadden mee moeten gaan. Oma lag er zo vredig bij.”

 

#s

 

Is dat niet het grootste verdriet van deze wereld, dat kinderen hun veilige wereld moeten verlaten?

Een eindeloze stoet mensen vecht zich een weg door de storm die hen al eeuwenlang teistert. Voorop gaat een man die mank gaat en steunt op een stok. Hij zou de leider moeten zijn. Daarachter strompelen zijn lotgenoten.

“Waar is oma nu, mamma?”

“Ze is een ster aan de hemel.”

En de volgende dagen loop je constant omhoog te kijken.

Begint dan het gevoel van dreiging? Het besef dat je op je hoede moet zijn? Of komt dat later pas, bijvoorbeeld na het ongeluk van Paul. Een meneer van de marechaussee komt de volgende morgen het nieuws vertellen. Met meester en Mieke zoek je een mooie krans uit, in de bloemenwinkel in de stad. Paul ligt opgebaard in de wachtruimte van de kazerne, de ogen gesloten, de handen gevouwen op de buik. Hij lijkt tegelijkertijd heel dichtbij en heel ver weg.

 

Acht jaar ben je dan pas en toch al een beetje een oude man.

 

 

Onno Weggemans

 

 

 

Onno Weggemans woont in Amersfoort en schreef o.a 'De meisjes van Yde'.
Meer informatie: http://www.oweggemans.nl/pages/main.html

 

 

Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het
Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.

Geïnspireerd? 
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze

 

http://www.oweggemans.nl/pages/main.html

 

 

Reageer

  • *
  • *
  • *

  • Neem de beveiligingscode hierboven over
  • *

Zoek in catalogus