De Bruid
Eenentwintig was je. En dan al trouwen. Nou ja, dan al… Zeven jaar verkering hadden jullie. Drie jaar verloofd. Je vond jezelf heel wat. Morgen zou je een ‘mevrouw ’zijn. Met een mooie achternaam, dat wel. Maar zijn voornaam, Piet, dat vond je minder. Liever had je een John, een Frits of een Patrick gehad.
Het hele huis lag vol logé’s, die nacht. Jij sliep in de woonkamer. Of sliep niet, beter gezegd. Was het wel verstandig wat je deed? Maakte je wel de goede keus? Zou je hier geen spijt van krijgen?Was er een alternatief? Alle bruidjes hebben dezelfde twijfel, zo weet je nu. Er zijn er maar weinig die op zo’n moment nog de neiging -en zeker de moed- hebben om het hele gebeuren af te blazen. Ik in elk geval niet.
We zijn getrouwd. Wat genoot je van je status, van eindelijk te kunnen beschikken over je ‘eigen geld’, dat er natuurlijk door jullie met groffe hand doorheen werd gejaagd.
Je eigen spulletjes, al was het dan op twee kamertjes in het huis van je schoonouders. Je kon vrienden ontvangen, naar bed zo laat je wilde en je hoefde nooit meer te eten wat je niet lustte!
En dan de seks! Niemand meer die het je kon verbieden, er hoefde niks meer stiekem en als er ‘wat van kwam’ was dat geen drama. Kinderen wilden jullie in elk geval, al was het nu nog niet de bedoeling.
Op de avond voor de bruiloft kwam je moeder met een voorlichtingsboek. Rijkelijk laat mam. Je was al drie jaar aan de pil, toen nog alleen verkrijgbaar bij het Rutgershuis in een andere stad. Daarvoor moest je, samen met je zusje die ook de pil gebruikte, eenmaal per kwartaal de trein pakken. Jij moest dan zogenaamd overwerken, zij ging ‘naar een vriendin’. Ik geloof niet dat ze er thuis ooit iets van gemerkt hebben.
Eenentwintig en getrouwd. Je jeugd was begonnen. In al die jaren dat je verkering had was er weinig sprake van jong zijn. Je moest met je ouders meeverhuizen naar een verre, vreemde stad, je vriendje woonde helemaal aan de andere kant van het land en zat het grootste deel van de tijd op zee. Uitgaan kon niet, je was immers al ‘besproken’? Dat zou niet netjes zijn geweest. Vriendinnen had je niet in die stad, je enige uitje was de wekelijkse naailes, en je vrije tijd besteedde je aan het naaien en borduren van je uitzet.
Je bofte nog dat je ging trouwen. Jou was immers altijd voorgehouden dat je ‘nooit een man zou vinden’. Je was lui, je deed je best niet, kortom: je was niet goed genoeg. Was het een wonder dat je je vastklampte aan de enige (dacht je) die je wel wilde? Had je wel een keuze? Was het alternatief niet een leven thuis, met weinig ruimte in alle opzichten, om te eindigen als oude vrijster?
Een opleiding had je niet, op dat vlak zag je al helemaal geen mogelijkheden. De huishoudschool had je gedaan, en zelfs die moest je verlaten ‘wegens gebrek aan belangstelling’. Tja, poetsen en strijken zijn nooit je favorieten bezigheden geworden.
Moeder worden was de enige ambitie die je had. Een man, kinderen, een flatje, meer wensen had je niet. Wel een erg geromantiseerd beeld van dat leven. Je prins op het witte paard zou iedere wens uit je ogen lezen, je kinderen - een jongen en een meisje natuurlijk - zouden schattige schatjes zijn er nooit zou je meer ongelukkig wezen. Dat komt ervan als je Mien van ’t Sant en stuiversromannetjes slikte als zoete koek. Maar wie had je ook de weg moeten wijzen?
Het is allemaal goed gekomen. Uiteindelijk. De trouwdag is bijna veertig jaar geleden, het huwelijk nog steeds in stand. De jongen en het meisje kreeg je, en inmiddels een hele serie kleinkinderen. Geluk komt je niet aanwaaien, daarvoor en daaraan moet je hard werken.
Naïef als je toen was, is er heel wat veranderd.
Wat dan wel? Hoe? Wat is er over van dat jonge bruidje? Ben je nog dezelfde?
Is het belangrijk dat te weten? Je was die je was, je bent die je bent. En zo is het goed.
Wil Robijn
Wil Robijn woont in Amersfoort. Haar boek 'Mijn Jan is brandweerman' is te leen in de bibliotheek.
Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.
Geïnspireerd?
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website