Joehoe!
Ik heb gisteren voor het eerst opgepast op mijn buurjongen en buurmeisje. Het meisje heet Lisette, is vier jaar en zei steeds tegen mij: ‘Ik vind jou stom!’ en dan stak ze jaar tong uit. Toen ik een appel voor haar schilde zei ze ook nog: ‘Mama kan het veel beter.’
Het jongetje is nog maar twee jaar. ‘Ik wil een rorarijn! Ik wil een rorarijn!’ riep hij toen ik hem ’s middags uit z’n bedje haalde. Help
, ik snapte toch helemaal niet wat hij bedoelde. Een konijn? Een rozijn? Geen idee. Lisette wist het ook niet. Of wilde niet zeggen was hij bedoelde. Ik belde mijn moeder, maar zij kon me ook niet helpen. Tim werd alleen maar bozer. Toen heb ik hem maar een koekje gegeven en een DVD van de Teletubbies opgezet. (Dat vond Lisette ook weer stom).
Helaas was ik ook niet zo handig in luiers omdoen. Oeps. Toen zijn moeder thuiskwam heeft ze gelijk een schone luier bij Tim omgedaan. En schone kleren… Ahum.
Het deed me een beetje denken aan een boek dat ik pas heb gelezen. 
Het heet: ‘Chips en Zakgeld’ van Els Ruiters. Daarin staan ook oppastips, misschien moet ik die maar eens uit mijn hoofd leren…
en anders kijk ik even op de site van Babysit Babes!
Toedeloe,
Sofie
PS: Oja, een rorarijn is een manderijn (toch handig: een buurvrouw als vertaalcomputer).