Querida Ale,
Ik zou je graag in het Spaans willen schrijven, zodat je elk woord ‘voelt’ zoals ik doe, maar nu wil ik eerst deze brief delen met wat vrienden zodat ze jou leren kennen. Om eerlijk te zijn, zal het altijd anders voor me blijven. Als ik Spaans spreek, ben ik een ander persoon dan wanneer ik Nederlands spreek. Dan voel en denk ik anders, en druk me anders uit. Dan ben ik een ander mens.
Weet je nog dat we vertrokken zonder ook maar één foto? Maar je raadt het nooit, net voordat ons huis ontruimd werd, heeft Tante Fuyita ze voor ons bewaard, dat was lief van haar. Zij is nog niet overleden trouwens, ik leef elk dag met de angst dat ik te laat zal zijn voor haar sterfbed, dat ik er dán niet zal zijn.
Tante gaf me een foto waarop jij staat, samen met je broertje. Beiden kijken ernstig, serieus. Je bent net 5 jaar, en je kijkt indringend in de camera. Alsof je de fotograaf wegduwt, weg van je. Ik zag je foto en iets knapte in mij, zo ontzettend hard en lang heb ik gehuild. Dagenlang kon ik de foto niet zien of ik voelde me intens verdrietig. Om jou, om dat kleine meisje dat ik toen was. Hoeveel pijn droeg je, fysiek, in je hart, hoeveel keer afscheid had je moeten nemen, hoeveel miste je? Hoe vaak was je toen al verhuisd, vluchtend of in de nasleep van je ouders?
Ik zag telkens weer het kind dat ik was en niet mocht zijn. Ik herinner me het gevoel dat ik had op die foto, triest was ik. Zóveel herinner ik me, maar niet dat ik vriendjes had, of een thuis, niet dat ik op schoot bij mama of papa zat. Ik herinner me jou in hotelkamers, onverzorgd, alleen in een bus, lopend op straat met je broertje aan de hand, ik herinner me jou boodschappen doende en je moeder in bad helpend, of weggedoken voor de volwassenen onder de tafel. Ik herinner me zo veel, maar ik herinner me geen kind. Een meisjeskind dat er niet mocht zijn, van een blinde geschiedenis dat zijn eigen verloop niet serieus nam.
Maar nu, mijn lieve, wil ik je vertellen dat het goed gaat met me. Ik woon in een ander land, heb een ander taal geleerd, voel me veilig, ik geef en krijg liefde. Dat is een rijkdom die mijn leven dagelijks vrolijk kleurt. Ik leef in een wereld waar je van gedroomd hebt. We zijn zo gelukkig hier, dat we het vaak vergeten. ‘We’ dat zijn de Nederlanders en ik, wij.
Ik denk dat de mensen hier geen gemeenschappelijk ongeluk kennen. Ze weten niet wat het is om als volk slechte tijden mee te maken. Dat kennen ze vooral uit verhalen, van hun ouders. In dit land, wordt het ‘ik’ te vaak verward met het ‘we’. Je moet ongeluk kennen om je geluk te herkennen.
Toch houd ik van deze Nederlanders. Ik en zij, ‘wij’, zijn zo gelukkig dat we soms vergeten dat we dat zijn.
Jarenlang vond ik mezelf een geluksvogel, weet je dat nog? Nou, dat ben ik echt.
Ik ben weggekomen van de militairen, ze hebben me niet meegenomen toen het kon, niet verkracht, niet gefolterd.. Ik ben aangeland bij dit prachtige land. Ik zal je er iets over vertellen.
De lucht kent prachtige wolken, rond, wit en duizenden grijstinten, glimmend, rustig schuivend achter de toppen van de bomen.
Er zijn altijd vogels, veel meeuwen. Ze doen me denken aan de zee, aan de vrijheid die zij bezitten om te gaan of te blijven. Inmiddels heb ik geleerd dat er zee- en landmeeuwen zijn. Dat wist je nog niet. De bomen zijn niet zo dik als je ze kent, maar wel hoger. Ze zijn altijd op zoek naar de zon. Net als de mensen hier. Het zijn prachtige mensen. Je kunt hier vrienden maken voor het leven, en dat heb ik gedaan. Ik weet in ieder geval dat ik ze lief heb en ze mij.
De mensen hier leven veel binnen. Dat maakt dat ze een kleine hechte vriendenkring kennen. Families zijn niet groot, maar je kunt je eigen familie maken; met vrienden en geliefden, ooms en tantes, opa’s en oma’s.
Het is hier vol mensen en toch kun je heerlijk wandelen in de bossen en aan zee. Het groen hier is zeldzaam en daarom geliefd, de bomen steeds minder en daarom beschermd. De mensen zijn mooi, met stralende ogen en doorzichtig huid. Voor de rest zijn ze zoals iedereen; bang te verliezen wat ze hebben, willen meestal meer en zijn nieuwsgierig naar het nieuwe. Soms hebben ze het moeilijk, dan vergeten ze hoe ze erin geslaagd zijn, middels dialoog en polderen, een goed geregelde samenleving te creëren.
Ik ben in een land terecht gekomen vol geluksvogels, met een geordend landschap waar plek is voor iedereen, waar God van iedereen is en van niemand, waar mensen ruzie maken, maar liever vrienden zijn, waar ze zeggen “liever een goede buur dan een verre vriend”. Ze zijn pragmatisch, ze doen ook ‘gewoon’ waardoor mijn ‘gek doen’ nog gekker is, en dat is voor mij fijn. Soms vergeten ze wat ze allemaal hebben, toch weet ik zeker dat het goed komt, want ze zijn liever vrienden dan vijanden van hun buren. Ook ik ben een geluksvogel, al vergeet ik dit ook, soms.
Ah!, vergat het bijna, weet je wat zo mooi is? Als hier de zon ondergaat, dan kleuren de wolken roze. Een roze gloed komt dan over de stad en op elk gezicht straalt het roze licht. Als mensen dan stil houden om naar de zonsondergang te kijken, bemerken ze deze schoonheid in elkaar’s aanzicht. Soms dutten ze een beetje in maar wanneer ze een vurig menselijk verhaal horen, komen ze in beweging en als ze zich herinneren hoe goed ze het hebben, zijn ze tevreden en bang. Maar ja, is dat niet gewoon een prachtig mens zijn?
Tot snel, besito.
Alejandra.

Bibliotheken Eemland is bezig met de opbouw van de speciale collectie Eemlandse auteurs. Aan de ons bekende auteurs hebben we gevraagd om, in navolging van het landelijke initiatief, een brief te schrijven aan hun 'jonge ik'. Een flink aantal auteurs heeft hieraan gehoor gegeven. Het resultaat is een verrassende en indrukwekkende verzameling geworden. Vanaf 10 maart, de eerste dag van de Boekenweek 2010, worden deze brieven geplaatst op de homepage.
Op 19 maart, tijdens het Gala der Letteren, is een flink aantal van deze auteurs aanwezig in de bibliotheek.
Geïnspireerd?
Schrijf ook een brief aan uw 'jonge ik'.
mail uw brief naar de bibliotheek. De beste inzendingen plaatsen we op onze website